Openingen in de kunstwereld zijn barrmhartig noch vol genade. De waarheid, als kunstenaars een weg daarlangs gevonden hebben, verstopt zich meestal achter een kluwe mensen, die op zijn best ook naar de werken kijkt, maar vaak met een glas in de hand met zichzelf in gesprek is. De mensen die je wilt spreken, zijn moe van het sjouwen met ladders, boren en pakken met sap en moeten hun gasten ontvangen. Om de één of andere reden nemen kunstenaars en tentoonstellingsmakers concurrenten, tantes en vrienden mee naar de arbeid.

Vroeg komen helpt. Enige deuren voorbij de ambachtelijke smederij Uit de Kunst aan de Rozenstraat ging ik SMBA binnen, het experimenteel lokaal van het Stedelijk Museum, na een kort bezoek aan de mooie Fatih-moskee, waar in de gangen wel erg verweerde heimwee foto’s hangen. Op het prikbord daar trof ik een verzameling portretten van Nederlands-Turkse heren, de subsidiegevers van dat recitatiehuis, gezondheidstips voor reizen naar Mekka, maar geen bericht dat om de hoek met een Amerikaanse universiteit in de voormalig Ottomaanse domeinen, een kleine tentoonstelling opent met de titel en het curatoreninzicht dat:

This is the Time. This is the Record of the Time.

Die vaststellingen komen uit een liedje en proberen de apocalyptische minuten tussen het moment dat iemand realiseert dat een vliegtuig zal neerstorten en de klap zelf in woorden te vangen. Een geval van vliegangst, vermoed ik, zo’n onmogelijk bestaanbaar liedje, maar weet haast zeker dat de curatoren Nat Muller en Angela Harutyunyan met het zetten van dit rotatiepunt al bezig waren voordat de laatse Malaysian Airlines vlucht aan zijn einde kwam. Daarna gleed de Oekraïene met stoerpraat af naar moord en doodslag en één van de duizenden kalifaat groepjes bood de wereld de wreedheid van Salomé aan op de zilveren dienbladen van de electronische media. Wat was de beurskoers van Facebook deze week? Net onder de achtenzeventig dollar per aandeel volgens Bloomberg, de vorige burgemeester van New York, die aan doorlopende ‘real time’ registratie een vermogen verdient, maar de informatie zelf nog moet verzamelen en niet van ons allen toegeworpen krijgt, zoals Zuckerberg. Ook van die Irakees uit Almere, die met vijf afgesneden hoofden Damien Hirst in Ar-Rakkah overtroefde. Waarom is Annemarie Jorritsma niet burgemeester van Bolsward geworden, dan was de tijd deze kant niet opgedraaid.

Hoe verwarrend schijnt de wereld en hoe snel ontwikkelt die schijn zich voor onze ogen. De curatoren stonden niet alleen vandaag met hun toverstok. In de Volkskrant deelde de gepensioneerde Amerikaanse admiraal William Fallon – ‘Obama is een slimme vent, maar onervaren’ – met interviewer Arie Elshout een advies: ‘opnieuw: de tijd nemen in dit tijdperk met zijn overvloed aan hypersnelle, soms inaccurate informatie is moeilijk, maar het moet.‘ Terwijl elders Jan Hoedeman, die anders dan Beatrix nog geen afstand heeft gedaan van zijn tijdperk, de vinger legt op een onheilspellende roddel dat ministers geen oor meer hebben voor neutrale ambtenaren en rechtstatelijke argumenten, maar zich spannen laten voor de dolle koets van de publieke opinie. De haalbare twitter ijkt het regeringsbeleid.

Duidelijk bewogen de curatoren zich in één maat met andere opnievormers, maar ik heb mijn aarzelingen bij tentoonstellingen als de werken, zoals hier gebeurde, speciaal voor de tentoonstelling worden gemaakt. Die formule ontneemt de kunstenaar zijn autonomie en werpt hem een boterham – hoop je tenminste – om andermans dictaat te volgen in een tijd die mogelijk aan het ritme van zijn eigen rijping of inspiratie voorbijgaat. Wil SMBA morgen iets over tijd hebben? Geef ze volgend jaar de verplichting voor eeuwig uw archief te ordenen. Kunsthistorici, de meute der filosofische tovenaars in tentoonstellingsland, doen er beter aan te onderzoeken, kritisch te beschrijven en intussen de makers van hun onderwerp dictaat en voorzet te onthouden. Mohammed droeg per slot van rekening geen poëzie de commande voor. Een eigen noodzaak openbaarde hem zijn regels.

Wat gaf bij SMBA de rust die de admiraal zijn president vanochtend in de Volkskrant adviseerde? Dat was voor mij vooral what belongs to the present, een zwart-wit film die Esmé Valk maakte met danser Fabián Barba (afbeelding 2). De film werd in het verduisterde filmzaaltje op groot scherm vertoond met losliggende koptelefoons die afwisselend stilte en muziek brachten. Het geruis van het openingsfeest verdween voor enige tijd in een kleurenloos ritme. Van de partij waren alleen twee kleine meisjes die meedansten en de aanraakbaarheid van het scherm op de proef stelden. Kinderen die zich door kunst laten optillen, getuigen voor die kunst met een enorme kracht. De intellectuele bespiegelingen worden dan stilgezet of zelfs teruggespoeld. De moeder excuseerde zich ten onrechte. Ik zie dat de man expressionistisch danst tussen grote en krachtige blokken steen van een ruïne. Het beeld van divergerende tijdregistratie sluit aan bij mijn vermoeden – volstrekt onzinnig – dat steen niet dood is, maar buiten onze waarneming tergend langzaam zich wel beweegt. Achteraf lees ik de nieuwsbrief van SMBA. Die vermeldt dat de danser onderzocht hoe een Duitse dansvorm, Ausdruckstanz, sinds de jaren tien van de vorige eeuw zich met de tijdsgeest heeft ontwikkeld. ‘Dresden wurde in 20er und 30er Jahren des 20. Jahrhunderts zum Mekka dieser Tanzkunst,’ meldt Wikipedia. Met een link naar die stad waarheen de mannen van de moskee op de Rozengracht reizen. Niet alleen het dansen zelf, maar ook een eenmaal geopenbaarde structuur daarvan overleeft de eeuwen. Als je dat dansen heilig verklaart en vijfmaal daags verplicht, wint de samenleving dan aan kracht of juist aan barbarij?

Ook bijna dwingend tot een dans was Perpetuum Mobile, van Cynthia Zaven. Zij maakte een pianocompositie voor een twaalf kanalen tellende geluidsinstallatie, die hier met luidsprekers in een cirkel aan het plafond is bevestigd (afbeelding 1). Ik heb er even onder gestaan en me in een circel bewogen langs de kanalen. Er was teveel volk en rumour om dat lang uit te houden. Het geluid leek op een werk van Philip Glass en dat gaat er bij beleefd gezelschap meestal goed in. Muziek die schrijdt met een onthaaste beschaving. Vervelend die Oekraïene, maar ik zie geen marsmuziek bij SMBA gespeeld worden in enige nabije toekomst. De tekst in de nieuwsbrief overtuigt me achteraf om op een rustig moment nog eens binnen te lopen en langer te luisteren. Hadden ze vandaag geen volumeknop? De installatie is een klok, begrijp ik. Het trommelt erin als een wijzer langs de uren, maar slaat dan plots overdwars wat intervallen.

Er was een werk dat me bij binnenkomst onmiddelijk overtuigde en mijn gedachten naar een verhaal uit het verleden sleepte (afbeelding 3). De Libanees Rayyane Tabet deed iets betrekkelijk eenvoudigs. De curatoren noemen het een tekening, maar dat is formele praat. Hij turfde gewoon de muren van de ruimte vol, althans zo vol als hem dat in een week lukte. De titel van het werk is waiting for a manifestation: one week. Vijf lijntjes, vier rechtop en één diagonaal door die vier heen – maar dat wist u wel – is een oude en eenvoudige manier om het verstrijken van de tijd de registreren. Maar eigenlijk is dat juist niet wat de kunstenaar deed. Hij was een week lang zijn tijd aan het doorbrengen. Misschien is kunst zo banaal inderdaad: slechts ‘killing time.’ Als lopen en je gedachten laten waaien. Waar dacht Tabet aan bij deze mechanische en fysieke arbeid? Opschrijven deed hij het niet. Hoeveel gedichten zou hij wel niet hebben kunnen maken in een week. Of hinderen haperingen in inspiratie dan een verifieerbare registratie van de tijd. Gaat de eeuwigheid hem voor die lijntjes onthouden? Ik denk het niet. Misschien valt het echte kunstwerk over een jaar hem in handen als vrucht van deze meditatie. Anders had hij met veel minder lijntjes toegekund en de muren van het lokaal kunnen sparen. Ik moest denken aan een uit handen van de Duitsers ontsnapte Engelandvaarder van wie de ouders in 1943 voor maanden in de Scheveningse gevangenis werden opgeborgen. Vader Jan Pot, een geschiedenisleraar aan het Haarlems gymnasium, doodde zijn tijd in de cel met in beweging blijven. Om dat minder saai te maken, turfde hij iedere honderd of duizend passen een streepje op de muur en berekende zo niet de dagen dat hij gevangen zat maar de afstand die hij had gelopen. Volgens de overlevering was de titel van zijn kunstwerk, al zal hij die wandeling zelf zo niet ervaren hebben, van hier tot Baghdad – en zelfs weer terug.

De andere kunstenaars hielden, vandaag althans, mijn aandacht niet vast.